Column Brammeke
Column maart 2012
Crisisjong
Eigenlijk hadden we het nog niet zo heel lang geleden allemaal veel beter voor elkaar. Zonder uitzondering hadden we uitdagend werk met een aantrekkelijk toekomstperspectief. Daarnaast hielden we er nog een bijbaantje op na, grotendeels op het laagste uitvoerende niveau, zodat we in gezonde mate nederig bleven en affiniteit hielden met het merendeel van de beroepsbevolking. We waren niet allemaal gelijk, maar wel gelijkwaardig. Beloning geschiedde op basis van inzet en bekwaamheid. Zo kregen degenen die inzet en bekwaamheid toonden, meer dan de ongemotiveerden en incapabelen. Desondanks verdiende niemand buitensporig meer dan de rest. De buit werd eerlijk verdeeld, maar niet onevenredig. We werden bovendien in de gelegenheid gesteld om zelfstandig te werken, doch met de zekerheid en voordelen van een vast samenwerkingsverband. Onze opdrachtgevers waren over het algemeen deskundig en boden hulp waar inspanning werd geleverd. Resultaten werden beoordeeld met het oog op verdere verbetering, maar de weg naar deze resultaten lag ons vrij, waarmee ons veel ruimte werd gelaten voor eigen initiatief en zelfontplooiing. Vrijwel elke donderdag konden we naar hartenlust borrelen. Gewoon, met de mensen waarmee we wilden borrelen. Mensen waarbij we onszelf niet hoefden in te likken, tenzij ze van een bepaalde vrouwelijke schoonheid getuigden. De kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende schuldencrisis leken aanvankelijk geen vat op ons te hebben. Maar toen studeerden we af… Een jaar later… Nu zijn we ruim een jaar verder. Er is veel veranderd. De uitdaging ligt niet zozeer in het werk dat we doen, maar in het werk zoeken. Voor sommigen is het bijbaantje een voorlopige baan geworden. In veel andere gevallen is de aanvankelijk beoogde baan noodgedwongen verruild voor een andere baan. Een enkeling zit voornamelijk teleurgesteld op de bank. Anderen zitten alleen ’s avonds teleurgesteld op de bank. De knappe vrouwen zitten er gemiddeld beter bij dan de knappe koppen. De affiniteit met het merendeel van de beroepsbevolking is ver te zoeken. Stelletje paupers. Die stemmen immers rechts terwijl ze maar een links salaris hebben.Die denken kennelijk dat versoepelen van het ontslagrecht en bezuinigen op sociale voorzieningen enerzijds, en liberaliseren van de menselijk hebzucht en verzwaren van de lasten anderzijds, een consumptie-economie aanzwengelen die bestaat bij de gratie van (sociale) zekerheid, investeren en verlichten van de lasten. Die scheren buitenlanders en sloebers die slechts een paar centen verdienen over één vlooienkam, maar laten keurig geklede autochtonen die tonnen – of zelfs meer – opstrijken over onze eigen ruggen ongemoeid. We hebben studieschuld, een zeer beperkt netwerk en moeten ondernemerschap tonen, maar krijgen geen vast contract noch hypotheek om op onszelf te kunnen staan. Voor ons 40 tot 100 anderen met meer werkervaring, die zich tot overmaat van ramp ook nog eens tot onze starterssalarissen hebben verlaagd. Ondertussen zijn er wel erg veel managers die tijdens hun afwezigheid niet worden gemist, maar het veelvoudige verdienen van hun medewerkers die handen tekort komen. Desondanks proberen we ons een weg naar boven te likken en slikken, als een dronken hond met drie koppen die niet geheel toevallig Lassie heet, terwijl we eigenlijk veel beter weten. Gadverdamme. Zoveel is duidelijk. Mijn droombaan ben ik kwijt. Solliciteren in crisistijd is een hondenbaan.
Brammeke,
da klein tof manneke
Printversies/archief columns
(column maart 2012: Crisisjong)
(column januari 2012: Mooi Verhoven)
(column december 2011: Ajax slachtoffer van ordinaire ruzie?
(Column november 2011: Verlanglijstje)
(Column oktober 2011: Bedrijven versus Verenigingen)







.jpg)
