achtergrond_VVGilze_6.jpg

Spelregelkennis

In deze rubriek heeft Johan van Zon een aantal meerkeuze-vragen opgesteld en het is aan de lezer om daar het juiste antwoord bij te zoeken. Dat is zeker niet altijd makkelijk, maar nog belangrijker is dat het “voetbalspelletje” veel beter verloopt als de spelers de regels ook beter kennen. Want als er meer begrip is voor de beslissing van de scheidsrechter of de reactie van de tegenstander, dan wordt het nog leuker! Daarom dagen we je uit om de spelregeltoets eens te doen, schrijf de antwoorden op en controleer daarna of jouw gedachte de juiste is…..

 Dit ker gaan de vragen over spelhervattingen.

1 In welke van de volgende situaties dient het spel te worden hervat met een indirecte vrije schop?

a. Te hoog trappen op het moment dat een tegenstander de bal wil koppen en waarbij de tegenstander wordt geraakt.
b. Een tegenstander duwen.
c. Een tegenstander proberen te laten struikelen.
d. Spelen op gevaarlijke wijze.
 

2 In welke van de volgende situaties dient het spel te worden hervat met een directe vrije schop (of strafschop) als de overtreding wordt begaan door een veldspeler?

a. Een tegenstander in diens loop belemmeren.
b. Spelen op gevaarlijke wijze zonder daarbij de tegenstander te raken.
c. Een speler verlaat het speelveld tijdens het spel om een wisselspeler een klap te geven.
d. De assistent-scheidsrechter beledigen
 

3 Op het moment dat de bal de grond raakt bij een scheidsrechtersbal, trapt een speler de bal rechtstreeks in eigen doel. Hoe moet het spel verder?

a. Doelpunt.
b. Scheidsrechtersbal opnieuw nemen.
c. Indirecte vrije trap voor de aanvallende partij.
d. Hoekschop
 

4 Een verdediger speelt een directe vrije schop van buiten zijn eigen strafschopgebied terug naar zijn doelman. De doelman let niet op en de bal verdwijnt achter hem in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

a. Hij kent een doelpunt toe en laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.
b. Hij kent een hoekschop toe.
c. Hij laat de directe vrije schop overnemen.
d. Hij kent een doelschop toe.
 

5 Welke van de onderstaande overtredingen moet bestraft worden met een directe vrije schop (of strafschop)?

a. Een speler trapt met een hoog geheven been, maar raakt daarbij zijn tegenstander niet.
b. Een speler spuwt naar een toeschouwer.
c. Een speler probeert een tegenstander te slaan.
d. Een speler voorkomt dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen.
 

Vorige edities:

Strafcodes:'is het nou code 3 of 4?'

De nieuwe strafcodes van de KNVB moeten het overzichtelijker maken voor spelers, trainers, scheidsrechters, clubs en andere betrokkenen wat voor straf er bij welke overtreding hoort. Toch is er soms wat verwarring, met name over code 3 en 4. Hoe zit dat nou precies?

Voorop staat dat beide codes staan voor een overtreding waar een rode kaart voor getrokken moet worden. Het verschil zit hem echter in de omstandigheid.

Code 3 staat voor ernstig gemeen spel: tijdens een duel om de bal
Code 4 staat voor gewelddadige handeling: buiten een duel om de bal

Juist de toevoeging na de dubbele punt duidt het verschil. Bij code 3 spreken we over overtredingen tijdens het spel wanneer de spelers in een duel verwikkeld zijn. De bal is binnen speelbereik maar het duel wordt te stevig aangegaan; buitensporige inzet. Een rode kaart volgt. Nogmaals: de bal is in het spel en binnen speelbereik.
Bij code 4 gaat het om overtredingen waarbij de bal juist niet binnen speelbereik is. Dus bijvoorbeeld wanneer een speler iemand een kopstoot geeft terwijl de bal op de andere helft is. Of de bal is buiten de lijnen en iemand slaat een tegenstander. In beide gevallen is er sprake van een rode kaart, maar is de bal niet in de buurt.

In de handleiding staat het volgende:

Strafcode 3 - Ernstig gemeen spel (tijdens een duel om de bal)
Een speler maakt zich schuldig aan ernstig gemeen spel, als hij speelt met buitensporige inzet of geweld gebruikt tegenover een tegenstander tijdens een duel om de bal.
Voorbeelden hiervan zijn:

  • Een tegenstander op buitensporige wijze aanvallen (bijvoorbeeld inkomen met gestrekt been of met twee benen vooruit gericht op een tegenstander).
  • Een tegenstander met geweld omver of wegduwen (gooien, smijten of door met buitensporige inzet te duwen met borst, heup of knie).
  • Een tegenstander met buitensporige inzet ten val brengen, bijvoorbeeld door een tackle uit te voeren op een manier waarbij de veiligheid van de tegenstander in gevaar wordt gebracht.
  • Op buitensporige wijze springen naar een tegenstander (bijvoorbeeld een wilde sprong in de nek, of een kniestoot in rug of een elleboogstoot of arm in het gezicht of tegen het hoofd).

Een speler die met buitensporige inzet naar een tegenstander springt in een duel om de bal te veroveren, hetzij van voren, van opzij of van achteren en dit doet op een wijze die de veiligheid van de tegenstander in gevaar brengt, maakt zich ook schuldig aan ernstig gemeen spel en moet van het speelveld worden gezonden.
In gevallen van ernstig gemeen spel moet geen voordeelregel worden toegepast, tenzij er sprake is van een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter moet de speler, die zich schuldig maakte aan ernstig gemeen spel (en waarbij eerst voordeel is toegepast) van het speelveld zenden zodra de bal uit het spel is.

Strafcode 4 - Gewelddadige handeling (buiten een duel om de bal)
Deze strafcode is van toepassing als een speler (of een persoon die mag plaatsnemen op de bank) buitensporige inzet of geweld gebruikt, zonder dat dit in strijd om de bal is.
Voorbeelden van gewelddadige handelingen zijn: trappen, slaan, kopstoot, elleboogstoot, kniestoot, in het gezicht duwen en het met buitensporige inzet gooien van een voorwerp (of de bal).
Handtastelijk optreden tegen de scheidsrechter of een assistent-scheidsrechter (bijvoorbeeld wegduwen, aan arm trekken, aan shirt trekken) dient ook te worden beschouwd als een gewelddadige handeling.
Men is ook schuldig aan een gewelddadige handeling als er buitensporige inzet of geweld wordt gebruikt ten opzichte van een ploeggenoot, toeschouwer, wedstrijdofficial of enig ander persoon.
Een gewelddadige handeling kan plaatsvinden zowel op het speelveld als daarbuiten. De bal kan al dan niet in het spel zijn.
De scheidsrechter moet de speler (of bankzitter) die zich schuldig maakt aan een gewelddadige handeling van het speelveld zenden.
In gevallen van een gewelddadige handeling op het speelveld tijdens het spel moet geen voordeelregel worden toegepast, tenzij er sprake is van een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter moet de speler die zich schuldig maakte aan de gewelddadige handeling (en waarbij eerst voordeel is toegepast) van het speelveld zenden zodra de bal uit het spel is.

spelregel NR 7  

De bal gaat over de zijlijn bij de middenlijn aan de zijde van de dug-outs.
Partij A wil nu wisselen. De te vervangen speler verlaat het spel achter een doel en de wisselspeler blijft buiten het speelveld staan en wil meteen de inworp  nemen.

Mag hij dit?

a.Ja,want de 4e official heeft de wissel aangekondigd en de uitrusting van de wisselspeler goedgekeurd.

b. ja, want de te vervangen speler heeft het speelveld conform de regels verlaten.

c. Nee,want zowel de te vervangen speler als de wisselspeler moeten via de middenlijn wisselen.

d. Nee, want bij de wissel is nog niet aan alle voorwaarden voldaan en dan mag de wisselspeler het spel niet hervatten met een inworp.

spelregel NR 8

Op slag van rust wordt een doelpunt gescoord. De scheidsrechter kent het doelpunt toe, maar in plaats van nog te laten aftrappen fluit hij onmiddellijk af voor de rust. Terwijl iedereen nog op het speelveld is, krijgt de scheidsrechter van zijn assistent via de headset te horen dat het doelpunt door de aanvaller met de hand is gescoord.

Wat moet de scheidsrechter nu beslissen als hij het advies van zijn assistent overneemt?

a. Hij annuleert het doelpunten laat de spelers gaan rusten.

b. Hij annuleert het doelpunt, toont de aanvaller een gele kaart en laat de spelers gaan rusten.

c. Hij annuleert het doelpunt,toont de aanvaller een gele kaart en laat een directe vrije schop nemen op de plaats waar 'hands' was gemaakt. Onmiddellijk hierna fluit hij af voor de rust.

d.Hij kent een doelpunt toe,want hij had gefloten voor de rust.

 

spelregel NR 9

Op het moment dat een aanvaller ter hoogte van de doellijn de bal in het verlaten doel van de tegenpartij wil koppen, trapt een tegenstander de bal met een te hoog geheven been voor zijn hoofd weg zonder daarbij de tegenstander te raken.

Wat moet de scheidsrechter beslissen?

a.Hij kent een indirecte vrije schop toe wegens het spelen op gevaarlijke wijze.

b.Hij toont de te hoog trappende speler een gele kaart wegens het spelen op gevaarlijke wijze en kent een indirecte vrije schop toe.

c.Hij toont de te hoog trappende speler een gele kaart wegens het spelen op gevaarlijke wijze en kent een strafschop toe.

d.Hij toont de te hoog trappende speler een rode kaart wegens het spelen op gevaarlijke wijze en het daarmee voorkomen van een duidelijke scoringskans en kent een indirecte vrije schop toe. Lees meer: http://www.covstilburg.nl/spelregels/